Hoofdstuk 9: Toegevoegde waarderatio’s (p249)
- Gepubliceerd in Boekhouden
- Lees 2858 keer
Oorsprong van de toegevoegde waarde
Toegevoegde waarde = waarde van de productie – intermediair verbruik
Waarde van de productie = verkochte productie + <productie in voorraad>
+ geproduceerde vaste activa
Intermediair verbruik:
- de kosten van handelsgoederen en van de verbruikte grond- en hulpstoffen
- de kosten van de diensten en diverse goederen
Bruto toegevoegde waarde: niet-kaskosten worden niet opgenomen onder het intermediair verbruik, en makan dus deel uit van de toegevoegde waarde
|70/74|-|740|-|60|-|61|
Netto toegevoegde waarde: niet-kaskosten worden beschouwd als intermediair verbruik, en worden dus op de toegevoegde waarde in mindering gebracht
|70/74|-|740|-|60|-|61|-|630|-<631/4>-<635/7>+<635>
Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – niet-kaskosten
Verdeling van de toegevoegde waarde
Bruto toegevoegde waarde
= niet-kaskosten
+ personeelskosten
+ financiële kosten van het vreemd vermogen
+ belastingen
+ toegevoegde winst
De analyse van de toegevoegde waarde heeft tot doel de globale functie van de onderneming in haar economische omgeving te bestuderen.
Bruto toegevoegde waarde per werknemer
Bruto toegevoegde waarde per werknemer
= bruto toegevoegde waardemarge (%) (|70/74|-|740|-|60|-|61|) / (|70/74|-|740|)
x rotatie van de vaste bedrijfsactiva in de waarde van de productie (x)
(|70/74|-|740|) / (|20|+|21|+|22/27|)
x vaste bedrijfsactiva per werknemer (|20|+|21|+|22/27|) / |9087|
personeelskosten per werknemer
- meer bruto toegevoegde waarde creëren dan personeelskosten
- wanneer bruto toegevoegde waarde gemiddelde personeelskosten: bruto toegevoegde waarde gaat enkel naar het personeel
- aandeelhouders lijden een toegevoegd verlies
personeelskosten per werknemer
= personeelskosten per gepresteerd uur x aantal gepresteerde uren per werknemer
- een daling van de gemiddelde arbeidstijd drijft de personeelskosten per gepresteerd uur naar boven
- het aantal werknemers omvat ook niet-selected werknemers, zonder daadwerkelijke gepresteerde uren met of zonder personeelskosten
investeringsgraad (%)
overheidssubsidiëringsgraad (%)
Lange termijn: bruto toegevoegde waardemarge als risicofactor
hoge marge => stevige concurrentiepositie
MAAR enkel indien deze niet met te hoge proportie personeelskosten gepaard gaat.
=>hoger operationeel hefboomeffect
=> onderneming gevoeliger voor daling omzet
Korte termijn: proportionele financiële kosten als risicofactor
De toegevoegde waarde illustreert de maatschappelijke bijdrage van de onderneming bij de creatie van de welvaart en is een belangrijk element bij de beoordeling van de (internationale) concurrentiekracht van de onderneming.